April 2020 : Es’ter iets te zien misschien?

In Coronatijden zijn onze wandelingen in de Gentbrugse Meersen  afgelast. Wel is het natuurlijk nog mogelijk om alleen of in “bubbles” het terrein te verkennen. Aangezien dit soms het enige mogelijke vertier was,  hebben we meer in de meersen rondgewandeld dan andere jaren, wat de nodige leuke waarnemingen heeft opgeleverd!

Het afgegraven stuk aan de E17 ligt er nog altijd  nat bij (zal later wel anders worden). Terug ideaal dus voor allerhande vogelwaarnemingen. Slobeend, Krakeend, Smient, Zomertaling, Kuifeend, Bergeend, Nijlgans, Brandganzen, Dodaars, Kievit, Grutto, Tureluur, Groenpootruiter, Scholekster, voor elkeen wat wils. Ook zangvogeltjes verblijden ons nog altijd met hun melodieus gezang.

 

Bergeend - Tadorna tadorna
Bergeend – Tadorna tadorna

De Bergeend is een middelgrote, gansachtige eend, die broedt in de Meersen. Tijdens de broedtijd heeft het adult mannetje een bloedrode snavel, met opvallende knobbel. Het vrouwtje is gemiddeld iets kleiner, met een kleinere snavelknobbel. Veel eendenvrouwtjes hebben een verenkleed met camouflagekleuren, waardoor ze weinig opvallen, wat een voordeel vormt tijdens het broeden. Het vrouwtje Bergeend is echter even bont gekleurd als de woerd. Ze zijn dan ook holenbroeders. Tijdens de balts gebeuren er ware gevechten en zitten de mannetjes achter elkaar aan. Eind mei kunnen we de jonge bergeendjes bewonderen.

Brandgans - Branta leucopsis
Brandgans – Branta leucopsis

Synchroon dansje van de Brandganzen

Groenpootruiter - Tringa nebularia
Groenpootruiter – Tringa nebularia

De Groenpootruiter (Tringa nebularia) is een middelgrote steltloper te herkennen aan de lange, groengrijze poten en de licht omhooggebogen snavel.

Tafeleend - Aythya ferina
Tafeleend – Aythya ferina
Tureluur - Tringa totanus
Tureluur – Tringa totanus
Grasmus - Sylvia communis
Grasmus – Sylvia communis

De Grasmus is een onopvallende vogel die behalve aan de typische snelle zang het makkelijkst te herkennen is aan de witte keel en lichte buik. In de Meersen is het mannetje vaak te zien in de top van een struik. Grasmussen overwinteren ten zuiden van de Sahara en moeten daarbij de woestijn overvliegen. Doordat de woestijn steeds uitbreidt, wordt de trek steeds moeilijker.

Roodborstje - Erithacus rubecula
Roodborstje – Erithacus rubecula

Sommige Roodborstjes trekken in het najaar weg naar het zuiden, andere blijven. De Roodborstjes die je ’s winters in de tuin ziet, zijn vaak noordelijke wintergasten uit Scandinavië. De Roodborst is een agressieve vogel. Ze levert felle gevechten (soms met dodelijke afloop) met soortgenoten.

https://www.natuurpunt.be/pagina/roodborst

Rode ibis - Eudocimus ruber
Rode ibis – Eudocimus ruber

Hoogtepunt qua vogels was wel een Rode ibis (Eudocimus ruber), duidelijk uitheems. Waarschijnlijk een van de ontsnapte vogels uit Planckendael (eind feb 2020). Deze soort leeft in de kustgebieden van noordelijk Zuid-Amerika, in moerasgebieden, lagunes, mangrovebossen en getijdenrivieren. Voedsel wordt gevonden in modder en ondiep water, wat onze Meersen wel te bieden hebben. Ik kon hem (haar?) van vrij dicht bewonderen. Een Rode ibis vliegt veel rond, en is vrij moeilijk te vangen. Hoe zou je zelf zijn! De foto is genomen op 28 april, dus hij vloog al een tijdje rond.

Planten

Qua planten zien we terug een aantal soorten verschijnen. Terug van weggeweest (althans voor mij) is Kruipend zenegroen (Ajuga reptans). Volop in bloei komen Pinksterbloem (Cardamine pratensis) en Look-zonder-Look (Alliaria petiolata). Beide zijn belangrijke waardplanten voor het Oranjetipje. Ook allerhande Ooievaarsbekken en de Reigersbek zijn van de partij.

Kruipend zenegroen - Ajuga reptans
Kruipend zenegroen – Ajuga reptans
Pinksterbloem - Cardamine pratensis
Pinksterbloem – Cardamine pratensis
Look-zonder-Look - Alliaria petiolata
Look-zonder-Look – Alliaria petiolata
Reigersbek - Erodium cicutarium
Reigersbek – Erodium cicutarium

Vlinders : Vlinders hebben altijd op sympathie kunnen rekenen. De Gehakkelde aurelia is dan ook wel prachtig.

Gehakkelde aurelia - Polygonia c-album
Gehakkelde aurelia – Polygonia c-album
Oranjetipje - Anthocharis cardamines
Oranjetipje – Anthocharis cardamines
Oranjetipje - Anthocharis cardamines
Oranjetipje – Anthocharis cardamines

Het Oranjetipje vliegt in 1 generatie van ongeveer begin april tot begin juni. (piek tussen 20 april en 10 mei). De wijfjes zetten de eitjes afzonderlijk af op vrij grote bloemen van vnl. Look-zonder-Look of Pinksterbloem. Om concurrentie te vermijden met andere rupsen legt het wijfje meestal 1 eitje per plant. Bij het afzetten van het eitje plaatst het wijfje tevens een geurspoor (feromoon) op de waardplant, waardoor andere wijfjes minder geneigd zijn om ook eitjes af te zetten op dezelfde plant. Mannetjes komen vroeger uit dan de wijfjes  en worden door hun opvallende oranje vlek vaker gezien dan het wijfje (zonder oranje vlek).

Kleine wintervlinder rups - Operophtera brumata
Kleine wintervlinder rups – Operophtera brumata

Begin winter verschijnen de volwassen Kleine wintervlinders (Operophtera brumata). De vleugelloze vrouwtjes paren met de gevleugelde mannetjes aan de voet van een eik waarna ze langs de stam omhoog lopen, waar ze hun eitjes leggen. De eitjes beginnen zich pas eind februari verder te ontwikkelen, waardoor aan het begin van de lente de rupsen verschijnen (soms hangend aan een draadje). De rupsen eten vnl. de hele jonge blaadjes van de eik. Belangrijk is dus dat de rupsen op het goede moment uit hun eitjes komen. Te vroeg uitkomen betekent weinig voedsel en dus sterfte. Bij te laat uitkomen bevatten de eikenblaadjes al grotere concentraties tannine, en is ook het voedsel veel minder geschikt. De eitjes hebben een “sensor” ontwikkeld om het juiste moment van uitkomen te bepalen. Deze sensor interpreteert signalen uit de omgeving. Wanneer de omgeving te snel verandert (klimaatsverandering), heeft de ’sensor’ niet genoeg tijd om zich aan te passen. Gevolg is een slechte timing en minder rupsen. Aangezien deze rupsen een welkom voedsel vormen voor de jonge Koolmezen, komen ook deze in de problemen.

Platbuik m - Libellula depressa
Platbuik m – Libellula depressa

De Platbuik (Libellula depressa) is een nogal forse libel met een zeer breed achterlijf. Zowel voorvleugels als achtervleugels bezitten aan de basis een donkere vlek. De aders in deze donkere vlekken zijn zeer opvallend geel. Zoals veelal heeft het mannetje een andere kleur dan het vrouwtje. Bij het mannetje is het achterlijf na het uitsluipen oranjegeel, met gele stukjes aan de rand. Later raakt het achterlijf blauw berijpt, waarbij eerst alleen de gele stukjes nog overblijven om later gans blauw te worden. Vrouwtjes vertonen dezelfde evolutie, echter van geel naar bruin. Vrouwtjes hebben ook een breder achterlijf dan het mannetje. Geslachtsrijpe mannetjes patrouilleren veelvuldig boven het water. Tussen de patrouillevluchten door gaan ze vaak op een vaste uitkijkplaats (dood takje) langs de oever zitten. Telkens keren ze terug naar de uitkijkplaats. Andere mannetjes worden fanatiek verjaagd, met de vrouwtjes wordt direct in de lucht gepaard.

Gewone pendelvlieg - Helophilus pendulus
Gewone pendelvlieg – Helophilus pendulus

De Gewone pendelvlieg is één van de meest voorkomende zweefvliegen. Vooral bij water en moerassen. Het is een middelgrote tot grote opvallende zweefvlieg met een borststukrug met geelwitte lengtestrepen. Bij de Gewone pendelvlieg raken de witte banden op het 3e achterlijfsegment elkaar niet, bij de Citroenpendelvlieg wel. Bij dit genus geldt het wel of niet raken van de ogen niet om het geslacht te bepalen, maar aan de achterlijfpunt kan men zien dat het een mannetje is. Larven zijn rattenstaartlarven. Ze leven in het water, vaak in rottende planten. Zijn niet kieskeurig. (vb. dakgoten)

Maartse vlieg - Bibio marci
Maartse vlieg – Bibio marci

De Maartse vlieg behoort tot de Rouwvliegen, maar zijn eigenlijk muggen. De familie kent meerdere soorten maar de bekendste zijn wel de Maartse vlieg (Bibio marci), Bibio hortulanus en de Gewone rouwvlieg (Dilophus febrilis), die algemeen voorkomen begin lente. De naam “Maartse vlieg” heeft niets te maken met de maand maart, maar is afkomstig van de evangelist Marcus, die op 25 april zijn naamdag heeft. De mannetjes hebben enorm grote facetogen in vergelijking met vrouwtjes waardoor ze er anders uitzien. De mannetjes hebben geheel heldere vleugels. De vrouwtjes zijn iets groter en hebben donker gekleurde vleugels. Tevens opmerkelijk zijn de lange poten die onder de traag vliegende muggen bungelen. Opmerkelijk is dat deze muggen niet erg schuw zijn maar zelfs bij aanraking gewoon blijven zitten. Veelal komen ze voor in groepen, wat soms schrik inboezemt. Ze zijn echter ongevaarlijk.

Elzenhaantje - Agelastica alni
Elzenhaantje – Agelastica alni
Elzenhaantje - Agelastica alni
Elzenhaantje – Agelastica alni

Het Elzenhaantje (Agelastica alni) (6 tot 7 mm) is een blauwzwart glanzend kevertje. De kevertjes overwinteren op de bodem, onder bladeren en plantenresten. Vanaf april zijn ze massaal te zien vooral op de bladeren van de Els, waarin ze grote gaten vreten. Het komt ook voor op hazelaar, populier, en wilg. In juni zien we de talrijke zwarte larven (met 2 rijen behaarde wratten) op de bovenkant van de bladeren. Als we enkele blaadjes omdraaien vinden we de oranje eitjes. De larven verstoppen zich na 3 weken (vanaf juli), op de grond onder plantenresten. Na 8 tot 11 dagen verschijnt de nieuwe generatie kevertjes, die terug overwinteren.

Aardhommel - Bombus terrestris
Aardhommel – Bombus terrestris

De Aardhommel (Bombus terrestris) behoort tot de Bijenfamilie (Apidae). Hommels worden gekenmerkt door een stevige lichaamsbouw en een zeer dichte pelsachtige beharing. Hierdoor zijn ze in staat, (samen met de voordelen van de sociale levenswijze), zich te vestigen in relatief koude streken. De hommel kan zelf zijn lichaamstemperatuur verhogen, door het trillen van de borstspieren, zonder dat de vleugels meebewegen. Hij kan zo een lichaamstemperatuur van 30 °C tot 32 °C handhaven. De koningin vliegt al bij een buitentemperatuur van 2°C, de werksters bij 6°C. Voor andere bijen zijn dergelijke temperaturen veel te laag om zich buiten het nest te begeven. Zo zien we reeds vroeg de hommelkoningin (die op zich alleen de winter heeft doorsparteld) rondvliegen boven de grond. In tegenstelling tot de bij heeft de hommel ook stevige kaken; deze worden echter alleen gebruikt om bloemen stuk te knippen om bij de nectar te komen (Smeerwortel).

Besgal op zomereik Lensgalwesp - Neuroterus quercusbaccarum
Besgal op zomereik Lensgalwesp – Neuroterus quercusbaccarum
Bladgal op zomereik Lensgalwesp - Neuroterus quercusbaccarum
Bladgal op zomereik Lensgalwesp – Neuroterus quercusbaccarum
Lensgal op Zomereik Lensgalwesp - Neuroterus quercusbaccarum
Lensgal op Zomereik Lensgalwesp – Neuroterus quercusbaccarum

De Zomereik is een goede gastheer voor een groot aantal galvormende insecten. De Lensgalwesp (Neuroterus quercusbaccarum) is zo’n soort. Zoals bij vele galverwekkers is er een agame en een seksuele generatie. Beide veroorzaken elk een ander type gal. De seksuele generatie veroorzaakt in de lente de “besgalletjes”. Deze groeien vooral op de mannelijke bloeiwijze, doch zijn ook te vinden op jonge blaadjes. In deze galletjes kunnen zowel vrouwelijke als mannelijke galwespjes zitten. De agame generatie (met in de gallen enkel vrouwtjes die zich ongeslachtelijk kunnen voortplanten) veroorzaakt de zgn. “lensgallen”. Deze lensvormige gallen zijn te vinden vanaf juli, aan de onderkant van de eikenblaadjes. De gallen komen los van het blad, vooraleer het blad afvalt. De larven ontwikkelen zich in de op de grond gevallen gallen. Bijzonder is dat elke galvormend insect gebonden is aan één enkele waardplant. Weet men de naam van de plant, dan kan men relatief gemakkelijk de naam terugvinden van het desbetreffend insect.

Dinsdag 9 juni 2020: beheerdag zuidelijke meersen

Dinsdagavond 9 juni zullen we zoveel mogelijk de wilgenopslag in de afgraving ten zuiden van de E17 verwijderen. Dit is een samenwerking van INBO, de groendienst van Stad Gent, de vrijwilligers van de WGBM … en hopelijk jij ook. We kunnen alle extra hulp gebruiken, dus als je graag wil meehelpen, ben je erg welkom.

Het doel van deze actie is de verwilging van de vogelzone naast de E17 tegen te gaan. De wilgen zijn namelijk nefast voor de natuurwaarden waar in deze zone naar wordt gestreefd. Hier streven we naar open ruimte voor weide- en watervogels. De jonge wilgjes zouden uitgroeien tot een bos en deze vogels open ruimte ontnemen.
De wilgjes zijn momenteel nog klein genoeg om ze zonder zwaar materiaal te verwijderen. Ook hopen we dat de regen van het weekend de grond zacht maakt.

Wanneer: dinsdag 9 juni van 19.00-22.00
Afspraakplaats: het brugje over de Rietgracht aan de uitkijkheuvel/ het speelbos (zie foto onderaan)
Mee te brengen: zeker handschoenen, waterdichte schoenen en en lange broek. Spades en kleine handzagen zijn ook zeker welkom.

Indien mogelijk, laat ons weten of je kan meehelpen. Je hoeft zeker niet de volle drie uur mee te helpen. Even bijspringen is zeker ook goed.
Stuur hiervoor een mail naar freya@wgbm.be.

Zondag 7 juni: Cursus zeisen

Nu de COVID-19 maatregelen langzaam aan versoepelen, kan de cursus zeisen van TerraTools die in mei voorzien was doorgaan. De opleiding is nu gepland op zondag 7 juni van 08:00 tot 16:00. Verzamelplaats: ter hoogte van de ingang in de Gentbruggekouter.

Let wel: deze opleiding is te betalen. Inschrijven is nog steeds mogelijk via TerraTools.

Disclaimer:
Natuurpunt en de WGBM verdienen niets aan deze opleiding: we hebben Terratools enkel terrein beschikbaar gesteld zodat er in Gent een opleiding kon doorgaan. Natuurpunt en de WGBM zijn niet verantwoordelijk voor de inhoud van de opleiding.

Maart 2020 : Wat is er te zien?

In Coronatijden zijn onze wandelingen in de Gentbrugse Meersen  afgelast. Wel is het natuurlijk nog mogelijk om alleen of in “bubbles” het terrein te verkennen. Aangezien dit soms het enige mogelijke vertier was,  hebben we meer in de meersen rondgewandeld dan andere jaren, wat de nodige leuke waarnemingen heeft opgeleverd!

Padden & kikkers overzet.

Alpenwatersalamander - Ichthyosaura alpestris
Alpenwatersalamander – Ichthyosaura alpestris

Statistieken Van Swedenlaan Koningsdonkstraat heen Koningsdonkstraat terug
Gewone pad (Bufo bufo) 31 1574 789
Bruine kikker (Rana temporaria) 5 147 52
Alpenwatersalamander 2 8

Door de zachte temperaturen kwam de padden- en kikkertrek reeds vroeg op gang. Normaal werden er alleen schermen gezet langs de Van Swedenlaan, doch na alarmerende berichten (doodgereden diertjes) op het einde van Koningsdonkstraat, werd er ook daar een actie “Paddenoverzet” op poten gezet. Onder impuls van Jacqueline werden er vooral tijdens de periode van 7 maart tot 19 maart heel wat diertjes overgezet. Op 10 & 11 maart werden er bvb telkens meer dan 300 padden overgezet. Jacqueline kreeg bijna dagelijks hulp van vrijwilligers (opgeroepen via FACEBOOK). Dagelijks was er hulp, waaronder veel gezinnen met kinderen, voor wie het soms een eerste kennismaking met de natuur betrof. Een groot succes. Dus dank aan de vele vrijwilligers!

Meer info over HYLA, de Amfibieën- en reptielenwerkgroep van Natuurpunt, evenals over de Bruine kikker en de Gewone pad:

https://www.hylawerkgroep.be/paddenoverzet

https://www.hylawerkgroep.be/amfibieen/bruine_kikker

https://www.hylawerkgroep.be/amfibieen/gewone_pad

 

Naast Padden en Bruine kikkers zijn er ook Groene kikkers. Tot 40 jaar geleden werd de Groene kikker als één enkele soort beschouwd. Intussen maakte het wetenschappelijk onderzoek het er niet simpeler op: de groene kikkers die vandaag in vijvers kwaken heten Meerkikkers, Poelkikkers, Bastaardkikkers en dan is er nog een hele rist genetische variaties. Niets is wat het lijkt. (extract artikel website Natuurpunt)

https://www.natuurpunt.be/nieuws/de-groene-kikker-bestaat-niet-meer-20180426

Bruine kikker koppel - Rana temporaria
Bruine kikker koppel – Rana temporaria

De gewone pad kent (zoals de meeste kikkers en padden) een uitwendige bevruchting. Het mannetje klampt zich via speciale paarkussentjes met de voorpoten vast aan het vrouwtje. Tijdens de paddenoverzet valt op dat bij koppeltjes (of triootjes of zelfs kwartetjes) inderdaad de mannetjes wel heel stevig aan de vrouwtjes vastzitten.

 

Meerkikker - Pelophylax ridibundus
Meerkikker – Pelophylax ridibundus

Tijdens de paartijd kwaken de mannetjes om een vrouwtje te lokken. Het geluid wordt versterkt door hun  kwaakblazen. Bij sommige kikkers is dit een inwendige blaas, maar de Groene kikker heeft 2 uitwendige kwaakblazen aan de zijkant van de kop. Groene kikkers zijn pas na 3 jaar volgroeid en beginnen dan pas met kwaken.

Sterrenschot
Sterrenschot

Sterrenschot (heksensnot)

Tijdens de paddenoverzet vormen de dieren een voorspelbare prooi voor allerhande roofdieren, zoals reigers. Tijdens de winter zijn de eitjes reeds opgeslagen in het lichaam van het vrouwtje. Het zijn zwarte eitjes omgeven door zweleiwit. Het vormt een compacte massa, pas in het water zwellen ze op. Als een reiger een amfibie heeft verorberd, zwelt het eiwit op in de maag van de reiger. De omvang ervan zorgt dat de reiger het geheel uitbraakt (=sterrenschot)

https://www.diersporengids.nl/sterrenschot/

 

Naar aanleiding van de paddenoverzet ,  maakte Lasse, een van onze twee jonge Gentbrugse Meersen ambassadeurs, er ons met een filmpje van bewust dat de beestjes wel degelijk hulp nodig hebben. Bekijk Lasses filmpje op Youtube door hier te klikken.

Solitaire bijen

Wilde Bijen zijn niet, zoals sommige mensen denken, verwilderde honingbijen. Het is een verzamelnaam voor solitair levende bijen en hommels. De levenswijze verschilt grondig van die van de honingbij. Bij de solitaire bijen heeft elk vrouwtje een eigen nestholte waarin ze eitjes legt.

Solitaire bijen zijn slechts enkele maanden  per jaar actief.

  • In die periode gaat elk vrouwtje op zoek naar een geschikte nestplaats. Meestal een gangetje in de grond of bestaande holten in hout, stengels of tussen stenen. (Bijenhotels)
  • Daarna wordt stuifmeel verzameld dat achteraan in de nestholte wordt opgestapeld
  • Eenmaal voldoende stuifmeel verzameld, legt het vrouwtje er een eitje. Hiervoor wordt dan een wand gebouwd van modder en speeksel, zodat er een cel ontstaat. Daarna wordt alles herhaald tot de holte volgebouwd is met cellen.
  • In de voorste cellen worden onbevruchte eitjes gelegd, hieruit zullen in het volgend voorjaar eerst de mannetjes komen. Deze vliegen rond de nestplek tot de vrouwtjes uitkomen die dan meteen bevrucht worden. Speciaal aan deze levenswijze is dat de solitaire bijen dus nooit hun nageslacht zien, want de volwassen bijen sterven zodra voldoende nesten belegd zijn. Solitaire bijen zijn heel belangrijke bestuivers.

Gehoornde metselbij - Osmia cornuta
Gehoornde metselbij – Osmia cornuta

Half maart is de tijd van de rondzwervende Gehoornde metselbijen (Osmai cornuta), vooral veelvuldig rond bijenhotels. Soms is een tuin ook wel een plaats waar solitaire bijen kunnen opgemerkt worden, hier Rosse metselbij – Osmia bicornis

Rosse metselbij - Osmia bicornis
Rosse metselbij – Osmia bicornis

Grote zijdebij - Colletes cunicularius
Grote zijdebij – Colletes cunicularius

In het Arbedpark ligt er een punt (monument) dwars door het park, herinnerend aan de vroegere ‘puntfabriek’. Op de zuidhelling konden we eind maart een massa (enkele honderden) Grote zijdebijen (Colletes cunicularius) aantreffen. Een leuk schouwspel. In de massa ook nog enkele Grijze zandbijen (Andrena vaga).

Grijze zandbij - Andrena vaga
Grijze zandbij – Andrena vaga

Vogels

Het afgegraven stuk aan de E17, lag er heel nat bij (zal later wel anders worden). Ideaal dus voor allerhande vogelwaarnemingen. Slobeend, Krakeend, Smient, Zomertaling, Kuifeend, Bergeend, Nijlgans, een Roodhalsgans tussen de Brandganzen, Wintertaling, Dodaars, Kievit, Grutto, Tureluur, Groenpootruiter, Scholekster, voor elkeen wat wils.

Meersen - afgegraven stuk aan E17

Meersen – afgegraven stuk aan E17

Grutto - Limosa limosa
Grutto – Limosa limosa

Roodhalsgans - Branta ruficollis
Roodhalsgans – Branta ruficollis

Kuifeend m - Aythya fuligula
Kuifeend m – Aythya fuligula

Ook zangvogeltjes verblijdden ons met hun melodisch gezang. Vb. Vrouwtje Roodborsttapuit (Saxicola torquata) en Winterkoning (Troglodytes troglodytes).

 

Roodborsttapuit v - Saxicola torquata
Roodborsttapuit v – Saxicola torquata

Winterkoning - Troglodytes troglodytes
Winterkoning – Troglodytes troglodytes

Planten

Qua planten zien we de eerste bloemen verschijnen. Sommige zeer klein (Vroegeling, Kleine veldkers, Grote ereprijs), andere wat groter (Groot hoefblad, Klein hoefblad), nog andere echt een voorbode van de lente (Speenkruid, Bosanemoon).

 

Speenkruid - Ficaria verna bulbilifer
Speenkruid – Ficaria verna bulbilifer

Bosanemoon - Anemone nemorosa
Bosanemoon – Anemone nemorosa

Grote ereprijs - Veronica persica

Grote ereprijs – Veronica persica

Klein hoefblad - Tussilago farfara
Klein hoefblad – Tussilago farfara

Groot hoefblad - Petasites hybridus

Groot hoefblad – Petasites hybridusGroot hoefblad (Petasites hybridus) is een overblijvende, functioneel tweehuizige, wollige tot spinragbehaarde plant. Ze bloeit einde winter, begin lente. Op de meeste plaatsen komt ze voor in grote groepen die, een beetje eigenaardig, meestal in hun geheel mannelijk of vrouwelijk zijn. De bloemen verschijnen voor de bladeren (ook bij Klein hoefblad), doch het blad verschijnt al voor de bloei ten einde is. Vaak zijn in de omgeving van vrouwelijke planten inderdaad geen mannelijke aanwezig, zodat er geen bestuiving mogelijk is. De verspreiding gebeurt dan ook in onze streken vnl. door wortelstokfragmenten.

Vroegeling - Erophila verna
Vroegeling – Erophila verna

Vroegeling (Erophila verna) heeft zijn naam niet gestolen. De zaden kiemen in de herfst en vormen dan reeds een bladrozet. Waar de grond wat opgewarmd is door de zon, verschijnt reeds zeer vroeg in ’t jaar een tapijt van kleine plantjes met kleine witte bloempjes. De Kruisbloemenfamilie dankt zijn naam aan de 4 kelkbladen en 4 kroonbladen die elk een kruis vormen. De kroonbladen van Vroegeling zijn diep ingesneden (lijken wel 8 kroonblaadjes). Dit is een duidelijk verschil met onze andere kruisbloemigen. Alleen Grijskruid (Berteroa incana) vertoont hetzelfde kenmerk.

Vlinders

Dagpauwoog - Aglais io
Dagpauwoog – Aglais io

Dagpauwoog (zeer algemeen) overwintert als vlinder en komt zo in het voorjaar als een van de eerste weer tevoorschijn. Later kunnen we de rupsen enkel vinden op de waardplant, de Grote brandnetel.

Mannetjes en vrouwtjes gelijken sterk op elkaar. Met een simpele truk echter te determineren.

Wanneer er wat aarde gegooid wordt in de buurt van de vlinder, en de vlinder vliegt op is het een mannetje. Enkel het mannetje vliegt op om te kijken wie zijn territorium heeft betreden.

 

Citroenvlinder - Gonepteryx rhamni
Citroenvlinder – Gonepteryx rhamni

Eveneens in het prille voorjaar te spotten is de Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni). De mannetjes zijn felgeel en de vrouwtjes groenig wit. Vroeger weinig te zien in de meersen. Op de website van Natuurpunt vinden we dat in het voorjaar de Citroenvlinder zijn eitjes afzet op een uitlopende bloemknop of op de onderkant van de blaadjes van het Sporkehout (Rhamnus frangula) of Wegedoorn. In het kader van de Geboortebossen is er heel wat Sporkehout aangeplant, wat waarschijnlijk  de talrijker waarnemingen verklaart. Merk op dat de wetenschappelijke naam van de vlinder (rhamni) terug te vinden is in de naam van de waardplant (Rhamnus).

https://www.natuurpunt.be/pagina/dagpauwoog

https://www.natuurpunt.be/pagina/citroenvlinder

AFGELAST!!! Zondag 24 mei 2020 : Lentewandeling in de Gentbrugse Meersen

Vanwege Corona-maatregelen : AFGELAST!!! Zondag 24 mei 2020 : Lentewandeling in de Gentbrugse Meersen

Mei is een tijd waarin de natuur boomt! Tal van bloemen ontluiken, vlinders en libellen fladderen rond, vogels vliegen in het rond. Van alles te zien dus. Onze verwachtingen staan hoog.

Vertrek om 14.30 uur, terug rond 17.30 uur. Afspraak in de Boer Janssensstraat in Gentbrugge. Voorzie aangepaste kledij en stevig schoeisel. Vergeet je verrekijker en loepje niet.

Bereikbaarheid: bus 3 eindhalte DC Gentbrugge op 10 minuten wandelen, bus 9 of 20 eindhalte Groeningewijk ligt aan de vertrekplaats

Bekijk steeds de laatste berichten voor deze wandeling op www.wgbm.be

Onze ambassadeur in de bres voor de padden

Lasse, een van onze twee jonge Gentbrugse Meersen ambassadeurs, roept op om de padden niet in de steek te laten.

Nu het paddenoverzetseizoen vroegtijdig werd beëindigd, maakt hij er ons met een filmpje van bewust dat de beestjes wel degelijk nog hulp nodig hebben.

Gelukkig kunnen we ook zonder groepsacties iets doen:

  • automobilisten: rij aub een beetje tragen
  • alle anderen: maak (individueel, niet in groep) een wandelingetje. Zie je een pad klaar om over te steken of op de weg, zet het beestje dan over naar de andere kant. Gebruik hiervoor wel handschoenen. Amfibieën lijden de laatste jaren sterk onder een huidschimmel die wij via onze handen op hun overdragen.

Bekijk Lasses filmpje op Youtube door hier te klikken.

Einde paddenoverzetseizoen 2020

Het overzetseizoen startte dit jaar wat vroeger door het goede weer en eindigt wat vroeger door de coronabedreiging.

De padden beginnen al langzaam aan terug te keren uit hun kweekgebieden. Onze vrijwilligers hielpen hen dan ook om ook deze omgekeerde trek veilig af te kunnen leggen.

Helaas steekt het coronavirus hier een stokje voor. We willen niet op ons geweten hebben dat de diertjes in de emmers sterven omdat ze door een eventuele lockdown niet kunnen worden overgeplaatst naar de andere kant van de straat. Daarom werden de paddenschermen begin deze week in allerijl afgebroken.

Bedankt aan alle vrijwilligers die dit jaar mee hielpen met de opbouw, overzet en afbraak. Er werden in 2020 in de Emiel van Swedenlaan 38 diertjes geholpen. In de Koningsdonkstraat werden dit jaar 2020 (hoe toevallig kan dit getal zijn!) padden, koppels, kikkers en salamanders overgezet in de richting van de kweekgebieden. In de omgekeerde richting stond de teller al op 646 dieren.

We vragen automobilisten dan ook om toch nog een tijdje extra aandacht aan de weg te schenken om de dieren die nog moeten terugkeren toch een kans te geven.

Wist je dat…

onze Gentbrugse Meersen hun eigenste ambassadeurs hebben?

Jawel!

Wij stellen aan jullie voor :  Lowie en Lasse

download

Lasse is 11 en Lowie 9. Samen brengen ze graag hun vrije tijd door in de Gentbrugse Meersen, hun favoriete plaats om te gaan ontdekken.

Ze houden van alle soorten planten en kriebelbeestjes, zwerven tussen de bomen, ploeteren in de plassen op zoek naar kikkervisjes. En net daarom kwamen ze op het super toffe idee om een natuurdocumentaire te maken, inderdaad, over de Gentbrugse Meersen.

Klik hier om met ons mee te genieten van “Green Earth”, hun en ons prachtige stukje natuur om de hoek.

Vleermuistelling februari 2020

Woensdag 5 februari was een drukke dag voor de werkgroep.

Na de opbouw van het paddenscherm in de Emiel van Swedenlaan trokken de vrijwilligers naar de ijskelders rond het Coninxdonckkasteel. Daar inventariseerden ze de overwinterende vleermuizen. Het resultaat:

  • 6 baardvleermuizen
  • 1 grootoorvleermuis

De ijskelders zijn niet publiek toegankelijk om de rust van de vleermuizen niet te storen. Als hun winterslaap verstoord wordt, spreken ze namelijk te veel vetreserves aan en kan het zijn dat ze de winter niet overleven. Rust en stilte zijn hier dus sleutelwoorden.

Tijdens de zomer kan je de vleermuizen wel van dichterbij bewonderen. Geïnteresseerd? Kom dan naar onze vleermuiswandeling op zondag 23 augustus 2020.
Meer info vind je deze zomer in de agenda op onze website.

Freya