Categorie archief: waarneming

Maart 2020 : Wat is er te zien?

In Coronatijden zijn onze wandelingen in de Gentbrugse Meersen  afgelast. Wel is het natuurlijk nog mogelijk om alleen of in “bubbles” het terrein te verkennen. Aangezien dit soms het enige mogelijke vertier was,  hebben we meer in de meersen rondgewandeld dan andere jaren, wat de nodige leuke waarnemingen heeft opgeleverd!

Padden & kikkers overzet.

Alpenwatersalamander - Ichthyosaura alpestris
Alpenwatersalamander – Ichthyosaura alpestris
Statistieken Van Swedenlaan Koningsdonkstraat heen Koningsdonkstraat terug
Gewone pad (Bufo bufo) 31 1574 789
Bruine kikker (Rana temporaria) 5 147 52
Alpenwatersalamander 2 8

Door de zachte temperaturen kwam de padden- en kikkertrek reeds vroeg op gang. Normaal werden er alleen schermen gezet langs de Van Swedenlaan, doch na alarmerende berichten (doodgereden diertjes) op het einde van Koningsdonkstraat, werd er ook daar een actie “Paddenoverzet” op poten gezet. Onder impuls van Jacqueline werden er vooral tijdens de periode van 7 maart tot 19 maart heel wat diertjes overgezet. Op 10 & 11 maart werden er bvb telkens meer dan 300 padden overgezet. Jacqueline kreeg bijna dagelijks hulp van vrijwilligers (opgeroepen via FACEBOOK). Dagelijks was er hulp, waaronder veel gezinnen met kinderen, voor wie het soms een eerste kennismaking met de natuur betrof. Een groot succes. Dus dank aan de vele vrijwilligers!

Meer info over HYLA, de Amfibieën- en reptielenwerkgroep van Natuurpunt, evenals over de Bruine kikker en de Gewone pad:

https://www.hylawerkgroep.be/paddenoverzet

https://www.hylawerkgroep.be/amfibieen/bruine_kikker

https://www.hylawerkgroep.be/amfibieen/gewone_pad

 

Naast Padden en Bruine kikkers zijn er ook Groene kikkers. Tot 40 jaar geleden werd de Groene kikker als één enkele soort beschouwd. Intussen maakte het wetenschappelijk onderzoek het er niet simpeler op: de groene kikkers die vandaag in vijvers kwaken heten Meerkikkers, Poelkikkers, Bastaardkikkers en dan is er nog een hele rist genetische variaties. Niets is wat het lijkt. (extract artikel website Natuurpunt)

https://www.natuurpunt.be/nieuws/de-groene-kikker-bestaat-niet-meer-20180426

Bruine kikker koppel - Rana temporaria
Bruine kikker koppel – Rana temporaria

De gewone pad kent (zoals de meeste kikkers en padden) een uitwendige bevruchting. Het mannetje klampt zich via speciale paarkussentjes met de voorpoten vast aan het vrouwtje. Tijdens de paddenoverzet valt op dat bij koppeltjes (of triootjes of zelfs kwartetjes) inderdaad de mannetjes wel heel stevig aan de vrouwtjes vastzitten.

 

Meerkikker - Pelophylax ridibundus
Meerkikker – Pelophylax ridibundus

Tijdens de paartijd kwaken de mannetjes om een vrouwtje te lokken. Het geluid wordt versterkt door hun  kwaakblazen. Bij sommige kikkers is dit een inwendige blaas, maar de Groene kikker heeft 2 uitwendige kwaakblazen aan de zijkant van de kop. Groene kikkers zijn pas na 3 jaar volgroeid en beginnen dan pas met kwaken.

Sterrenschot
Sterrenschot

Sterrenschot (heksensnot)

Tijdens de paddenoverzet vormen de dieren een voorspelbare prooi voor allerhande roofdieren, zoals reigers. Tijdens de winter zijn de eitjes reeds opgeslagen in het lichaam van het vrouwtje. Het zijn zwarte eitjes omgeven door zweleiwit. Het vormt een compacte massa, pas in het water zwellen ze op. Als een reiger een amfibie heeft verorberd, zwelt het eiwit op in de maag van de reiger. De omvang ervan zorgt dat de reiger het geheel uitbraakt (=sterrenschot)

https://www.diersporengids.nl/sterrenschot/

 

Naar aanleiding van de paddenoverzet ,  maakte Lasse, een van onze twee jonge Gentbrugse Meersen ambassadeurs, er ons met een filmpje van bewust dat de beestjes wel degelijk hulp nodig hebben. Bekijk Lasses filmpje op Youtube door hier te klikken.

Solitaire bijen

Wilde Bijen zijn niet, zoals sommige mensen denken, verwilderde honingbijen. Het is een verzamelnaam voor solitair levende bijen en hommels. De levenswijze verschilt grondig van die van de honingbij. Bij de solitaire bijen heeft elk vrouwtje een eigen nestholte waarin ze eitjes legt.

Solitaire bijen zijn slechts enkele maanden  per jaar actief.

  • In die periode gaat elk vrouwtje op zoek naar een geschikte nestplaats. Meestal een gangetje in de grond of bestaande holten in hout, stengels of tussen stenen. (Bijenhotels)
  • Daarna wordt stuifmeel verzameld dat achteraan in de nestholte wordt opgestapeld
  • Eenmaal voldoende stuifmeel verzameld, legt het vrouwtje er een eitje. Hiervoor wordt dan een wand gebouwd van modder en speeksel, zodat er een cel ontstaat. Daarna wordt alles herhaald tot de holte volgebouwd is met cellen.
  • In de voorste cellen worden onbevruchte eitjes gelegd, hieruit zullen in het volgend voorjaar eerst de mannetjes komen. Deze vliegen rond de nestplek tot de vrouwtjes uitkomen die dan meteen bevrucht worden. Speciaal aan deze levenswijze is dat de solitaire bijen dus nooit hun nageslacht zien, want de volwassen bijen sterven zodra voldoende nesten belegd zijn. Solitaire bijen zijn heel belangrijke bestuivers.
Gehoornde metselbij - Osmia cornuta
Gehoornde metselbij – Osmia cornuta

Half maart is de tijd van de rondzwervende Gehoornde metselbijen (Osmai cornuta), vooral veelvuldig rond bijenhotels. Soms is een tuin ook wel een plaats waar solitaire bijen kunnen opgemerkt worden, hier Rosse metselbij – Osmia bicornis

Rosse metselbij - Osmia bicornis
Rosse metselbij – Osmia bicornis
Grote zijdebij - Colletes cunicularius
Grote zijdebij – Colletes cunicularius

In het Arbedpark ligt er een punt (monument) dwars door het park, herinnerend aan de vroegere ‘puntfabriek’. Op de zuidhelling konden we eind maart een massa (enkele honderden) Grote zijdebijen (Colletes cunicularius) aantreffen. Een leuk schouwspel. In de massa ook nog enkele Grijze zandbijen (Andrena vaga).

Grijze zandbij - Andrena vaga
Grijze zandbij – Andrena vaga

Vogels

Het afgegraven stuk aan de E17, lag er heel nat bij (zal later wel anders worden). Ideaal dus voor allerhande vogelwaarnemingen. Slobeend, Krakeend, Smient, Zomertaling, Kuifeend, Bergeend, Nijlgans, een Roodhalsgans tussen de Brandganzen, Wintertaling, Dodaars, Kievit, Grutto, Tureluur, Groenpootruiter, Scholekster, voor elkeen wat wils.

Meersen - afgegraven stuk aan E17

Meersen – afgegraven stuk aan E17

Grutto - Limosa limosa
Grutto – Limosa limosa
Roodhalsgans - Branta ruficollis
Roodhalsgans – Branta ruficollis
Kuifeend m - Aythya fuligula
Kuifeend m – Aythya fuligula

Ook zangvogeltjes verblijdden ons met hun melodisch gezang. Vb. Vrouwtje Roodborsttapuit (Saxicola torquata) en Winterkoning (Troglodytes troglodytes).

 

Roodborsttapuit v - Saxicola torquata
Roodborsttapuit v – Saxicola torquata
Winterkoning - Troglodytes troglodytes
Winterkoning – Troglodytes troglodytes

Planten

Qua planten zien we de eerste bloemen verschijnen. Sommige zeer klein (Vroegeling, Kleine veldkers, Grote ereprijs), andere wat groter (Groot hoefblad, Klein hoefblad), nog andere echt een voorbode van de lente (Speenkruid, Bosanemoon).

 

Speenkruid - Ficaria verna bulbilifer
Speenkruid – Ficaria verna bulbilifer
Bosanemoon - Anemone nemorosa
Bosanemoon – Anemone nemorosa

Grote ereprijs - Veronica persica

Grote ereprijs – Veronica persica

Klein hoefblad - Tussilago farfara
Klein hoefblad – Tussilago farfara

Groot hoefblad - Petasites hybridus

Groot hoefblad – Petasites hybridusGroot hoefblad (Petasites hybridus) is een overblijvende, functioneel tweehuizige, wollige tot spinragbehaarde plant. Ze bloeit einde winter, begin lente. Op de meeste plaatsen komt ze voor in grote groepen die, een beetje eigenaardig, meestal in hun geheel mannelijk of vrouwelijk zijn. De bloemen verschijnen voor de bladeren (ook bij Klein hoefblad), doch het blad verschijnt al voor de bloei ten einde is. Vaak zijn in de omgeving van vrouwelijke planten inderdaad geen mannelijke aanwezig, zodat er geen bestuiving mogelijk is. De verspreiding gebeurt dan ook in onze streken vnl. door wortelstokfragmenten.

Vroegeling - Erophila verna
Vroegeling – Erophila verna

Vroegeling (Erophila verna) heeft zijn naam niet gestolen. De zaden kiemen in de herfst en vormen dan reeds een bladrozet. Waar de grond wat opgewarmd is door de zon, verschijnt reeds zeer vroeg in ’t jaar een tapijt van kleine plantjes met kleine witte bloempjes. De Kruisbloemenfamilie dankt zijn naam aan de 4 kelkbladen en 4 kroonbladen die elk een kruis vormen. De kroonbladen van Vroegeling zijn diep ingesneden (lijken wel 8 kroonblaadjes). Dit is een duidelijk verschil met onze andere kruisbloemigen. Alleen Grijskruid (Berteroa incana) vertoont hetzelfde kenmerk.

Vlinders

Dagpauwoog - Aglais io
Dagpauwoog – Aglais io

Dagpauwoog (zeer algemeen) overwintert als vlinder en komt zo in het voorjaar als een van de eerste weer tevoorschijn. Later kunnen we de rupsen enkel vinden op de waardplant, de Grote brandnetel.

Mannetjes en vrouwtjes gelijken sterk op elkaar. Met een simpele truk echter te determineren.

Wanneer er wat aarde gegooid wordt in de buurt van de vlinder, en de vlinder vliegt op is het een mannetje. Enkel het mannetje vliegt op om te kijken wie zijn territorium heeft betreden.

 

Citroenvlinder - Gonepteryx rhamni
Citroenvlinder – Gonepteryx rhamni

Eveneens in het prille voorjaar te spotten is de Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni). De mannetjes zijn felgeel en de vrouwtjes groenig wit. Vroeger weinig te zien in de meersen. Op de website van Natuurpunt vinden we dat in het voorjaar de Citroenvlinder zijn eitjes afzet op een uitlopende bloemknop of op de onderkant van de blaadjes van het Sporkehout (Rhamnus frangula) of Wegedoorn. In het kader van de Geboortebossen is er heel wat Sporkehout aangeplant, wat waarschijnlijk  de talrijker waarnemingen verklaart. Merk op dat de wetenschappelijke naam van de vlinder (rhamni) terug te vinden is in de naam van de waardplant (Rhamnus).

https://www.natuurpunt.be/pagina/dagpauwoog

https://www.natuurpunt.be/pagina/citroenvlinder

Opvallende waarneming in de Gentbrugse Meersen op 23/12/2017: Heilige ibis

Foto’s : Luc Van Damme

De Heilige ibis (Threskiornis aethiopicus) is een invasieve exoot, afkomstig uit Afrika en Irak. Deze dieren zijn populair als kooivogel. Regelmatig ontsnappen vogels uit gevangenschap waardoor ze een bedreiging vormen voor inheemse broedvogels zoals de Visdief.

De werkgroep Gentbrugse Meersen maakt van de gelegenheid gebruik u te danken voor uw steun het voorbije jaar, wenst u aangename eindejaarsfeesten en een voorspoedig 2018 !

Vogels voor de lens

Een wandeling in de Gentbrugse Meersen is altijd een belevenis. Luc Van Damme maakte afgelopen zaterdag een ommetje door de meersen en trof er een reeks schoonheden van diverse pluimage aan.

 

Bijzondere waarneming in de Gentbrugse Meersen: Steltkluut

Sinds woensdag 26/04/2017 pleisteren enkele steltkluten in de Gentbrugse Meersen. Deze zeldzame vogels zijn te bewonderen in de afgegraven natte weiland langs de E17 in het zuidelijk deel van de meersen.

De Steltkluut is een zeer sierlijke, zwart-witte vogel met enorm lange, rode poten en een zeer dunne, priemvormige, zwarte snavel. Enkel de mantel, schouders en de puntige vleugels zijn altijd donker. Sommige vogels hebben ook een zwart ‘petje’ op de kop en een zwarte achterhals. Bij andere vogels is dit geheel wit. Het mannetje is herkenbaar aan de groenglanzende zwarte bovendelen; het vrouwtje heeft een bruin getinte mantel die contrasteert met de zwarte vleugels.

In Vlaanderen staat de steltkluut als zeldzaam te boek, een vogel die zeer moeizaam tot broeden komt. De voorbije 100 jaar werden er maar een 20-tal broedgevallen vastgesteld.

Het creëren en in stand houden van geschikt leefgebied zoals open, schaars begroeide terreinen met ondiep water zijn belangrijk voor de soort. Voor het behoud moet de natuurlijke vegetatiesuccessie worden afgeremd (bv. door extensieve begrazing). Ook het instellen van een veilige, rustige nestomgeving komt de soort ten goede.

Gesnor in de meersen

Als een lopend vuurtje ging het rond: “er zit een Snor in de meersen! er zit een Snor in de meersen!”.

Een week geleden werd deze zeer schuwe rietvogel voor het eerst gehoord in de Gentbrugse Meersen. De Gentse vogelaarswereld stond meteen in rep en roer. Want ja, ook op Belgisch niveau is dit vogeltje een zeldzaamheid.

Opvallend kan je zijn verenkleed echter niet noemen. Een typisch “kbv-tje”: een klein bruine vogeltje. Hij lijkt wat op zijn neefje, de Sprinkhaanzanger, maar dan zonder de zwarte rugtekeningen. Nu ja, op basis van zijn uiterlijk zal je de Snor niet snel spotten. Hij is erg schuw en laat zich zelden zien.

Maar geen nood, in de vroege ochtend, de late avond en – vooral – ’s nachts laat hij van zich horen! En hoe!  Een eindeloos, insectachtig snorren: rrrrrrrrrrrrrrrr . Ook qua zang is hij dus te vergelijken met de zijn neefje, de Sprinkhaanzanger, die momenteel ook actief is in de Gentbrugse Meersen.  Het geluid van de Snor is echter luider, wat lager en zijn zangtijd is langer.

Wil je de Snor zelf gaan beluisteren? Geen probleem: je kan hem horen ter hoogte van de splitsing tussen Koningsdonkstraat en de Weverbosdreef. We vragen wel om niet van de kasseibaan af te wijken. Het broedseizoen draait momenteel nog op volle toeren en een zeldzaamheid als de Snor willen we uiteraard koesteren in de Gentbrugse Meersen.

Bovenstaande foto werd op 17 mei gemaakt in de Gentbrugse Meersen door Eric Van Colenberghe.

Leven in de meersen

Geen paniek! Ook deze spin heeft acht poten! De kraamwebspin heeft immers de gewoonte om haar twee paar voorpoten dicht bij elkaar te houden. Kijk maar eens goed.

Ze behoort tot de familie van de wolfspinnen: de wolven onder de spinnen die hun prooi achterna jagen met een snelle sprint. Een web komt er bij hen niet aan te pas! Lage bladeren en grassprietjes zijn hun jachtterrein.

En jagen doen ze met volle overgave: alles van enigszins hanteerbaar formaat wordt achterna gezeten. Een mannelijke kraamwebspin die een vrouwtje het hof wil maken, loopt het risico zelf verschalkt te worden. Hij neemt dan ook het zekere voor het onzekere en schuift haar bij benadering een bruidsgeschenk toe: een ingesponnen vliegje of wat anders lekkers, Op het moment dat het wijfje haar kaken vol heeft met zijn geschenk, is de kust veilig en kan hij zonder al te veel angst de paring aanvatten.

Als dat alles goed verlopen is – en, geloof me, er zijn al talloze kraamwebspinmannen ten onder gegaan aan hun vrouwen – loopt het vrouwtje na een tijdje rond met een bolvormig eipakket. Al gauw zal ze die eicocon echter ophangen in een tentachtig spinsel: een kraamkamer voor haar jongen. De pas uitgekomen jongen blijven tot aan hun tweede vervelling nog gezellig samen in de beschutting van de door hun moeder gesponnen tent. Kamperen in de Gentbrugse Meersen! Het gebeurt binnenkort weer, en dat alles onder (of liefst naast) uw voeten.