Categorie archief: waarneming

Mei 2020 : Es’ter iets te zien misschien?

In Coronatijden zijn onze maandwandelingen in de Gentbrugse Meersen  afgelast (al zeker tot en met juli). Wel is het natuurlijk nog mogelijk om alleen of in “bubbles” het terrein te verkennen. Dit leverde terug de nodige leuke waarnemingen!

Ooievaar - Ciconia ciconia
Ooievaar – Ciconia ciconia
Ooievaar - Ciconia ciconia
Ooievaar – Ciconia ciconia

De Ooievaar is vrij groot (0,95 tot 1,10m groot, vleugelspanwijdte  1,95 tot 2,15m), en dus vrij gemakkelijk te spotten. Tijdens de winter is hun voedsel (hoofdzakelijk insecten en regenwormen) in België niet aanwezig, dus verhuizen ze eind zomer naar Afrika. Ze verkiezen niet te lang boven zee te vliegen, en steken dus aan Gibraltar de Middellandse Zee over. Een deel blijft in Zuid-Spanje haperen, wat mooie taferelen oplevert (op elk gebouw in sommige dorpen en steden een ooievaarsnest). Meestal broeden ze op door mensen gemaakte plaatsen (hoogspanningsmasten, schoorstenen, torentjes, kerken, parken, …)

Kievit - Vanellus vanellus
Kievit – Vanellus vanellus

De Kievit is een opmerkelijke weidevogel, met zijn kenmerkende roep, zijn acrobatische baltsvluchten, zijn oranje achterste en zijn fraaie kuif. Hun voedsel bestaat uit op de grond levende insecten, larven, regenwormen, slakjes en plantaardig materiaal. Mannetjes hebben een spectaculaire vlucht waarbij ze zich van de ene kant naar de andere wentelen, en het zwart/wit verenpatroon mooi zichtbaar wordt. Naast baltsvluchten, gebruiken ze dit ook om eventuele predators af te leiden. De meest acrobatische mannetjes blijken voor de vrouwtjes het aantrekkelijkst. Om een vrouwtje te lokken maakt het mannetje nestkuiltjes en draait met zijn oranje kontje. Bij interesse gooit het mannetje strootjes over zijn schouder. Als het vrouwtje iets in het mannetje ziet, gooit ze ook strootjes. Waarschijnlijk komt hier de Gentse uitdrukking “struutjesleggen” van. Vijftien jaar geleden waren er vrij veel kievitten in de Meersen, broedden ze er, en waren de kleine kuikens te bewonderen. Door de verdwijning van hun habitat, verstoring, en aanwezigheid van de vos is het aantal echter herleid tot enkelingen. https://www.natuurpunt.be/pagina/kievit

Meerkoet juv - Fulica atra
Meerkoet juv – Fulica atra
Meerkoet poten - Fulica atra
Meerkoet poten – Fulica atra

Meerkoeten zijn bijna overal aanwezig waar er zoet water en oevervegetatie is. In wezen zijn het echte moerasvogels, waarbij hun poten uitermate geschikt zijn om op drijvende vegetatie te lopen. Is de vogel niet echt spectaculair, hun jongen vallen des te meer op door hun rode kop met sprietige haren.

Groenpootruiter - Tringa nebularia
Groenpootruiter – Tringa nebularia

De Groenpootruiter (Tringa nebularia) is een middelgrote steltloper te herkennen aan de lange, groengrijze poten en de licht omhooggebogen snavel. https://www.natuurpunt.be/pagina/ooievaar

Bever - Castor fiber
Bever – Castor fiber

In het prille verleden werden er al eens bevers gespot in de Damvallei en in de Leievallei. Het is nu de beurt aan Gentbrugge, waar er reeds een tijdje 2 bevers kunnen bewonderd worden aan de Schelde. Bevers zijn zeldzaam en en surplus normaal moeilijk te zien. Dus een buitenkansje. Hopelijk blijven ze er en kunnen we er nog regelmatig van genieten. De Bevers worden niet graag gestoord, dus probeer ze niet te benaderen via de oevers. Vanop Gentbruggebrug kan je ze echter heel goed zien zonder ze te storen.    (artikel)

Europese blazenstruik - Colutea arborescens
Europese blazenstruik – Colutea arborescens
Europese blazenstruik - Colutea arborescens
Europese blazenstruik – Colutea arborescens

De Europese blazenstruik (Colutea arborescens) behoort tot de Fabaceae (Vlinderbloemenfamilie). De bloemen zijn vrij groot (2cm), heldergeel met rode vlekken op de cirkelvormige vlag. Pas bij de vruchtzetting begrijpt men ten volle de naamgeving. De vrucht is inderdaad een opgeblazen peul met erg dunne wanden.

Klein robertskruid - Geranium purpureum
Klein robertskruid – Geranium purpureum

Klein Robertskruid (Geranium purpureum). Geranium is afgeleid van het Griekse woord geranos (“kraanvogel” of “ooievaar”) en verwijst naar de vorm van de vrucht. Purpureum (“purperachtig”) verwijst naar de purperachtige kleur van de plant van de plant. Dit is een beetje raar, omdat Robertskruid (Geranium robertianum) er meestal veel roder uitziet. Klein robertskruid (Geranium purpureum) lijkt nogal op dit  veel voorkomende Robertskruid en wordt mogelijk veel over het hoofd gezien. De bloemen van Klein robertskruid zijn donkerroze in plaats van helderroze en hebben geel ipv. oranje stuifmeel.

Geelbandlangsprietmot - Nemophora degeerella
Geelbandlangsprietmot – Nemophora degeerella

De Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella) is een dagactieve nachtvlinder uit de familie Adelidae ( Langsprietmotten). Ze hebben hun naam niet gestolen, de mannetjes hebben opvallend zeer lange voelsprieten, bij de vrouwtjes veel korter.

Kaasjeskruiddikkopje - Carcharodus alceae
Kaasjeskruiddikkopje – Carcharodus alceae

Het Kaasjeskruiddikkopje was een zeldzame verschijning in Vlaanderen, maar is nu aan een ware opmars bezig (waarschijnlijk door de klimaatsverandering). Steeds vaker (doch nog altijd zeldzaam) wordt het waargenomen, nu ook in de Meersen. De rups is te vinden vooral op verschillende soorten Kaasjeskruid. https://www.natuurpunt.be/pagina/kaasjeskruiddikkopje

Groot dikkopje - Ochlodes sylvanus
Groot dikkopje – Ochlodes sylvanus

Veel meer wordt het Groot dikkopje (Ochlodes sylvanus) waargenomen. Het is een fervente bloembezoeker, op bloeiende bramen, knoopkruid, distels, … Op het uiteinde van de voelsprieten zitten kleine haakjes, wat hem onderscheidt van de andere dikkopjes. https://www.natuurpunt.be/pagina/groot-dikkopje

Witte tijger - Spilosoma lubricipeda
Witte tijger – Spilosoma lubricipeda

De Witte tijger (Spilosoma lubricipeda ) is een nachtvlinder, meestal goed te herkennen aan het patroon van zwarte stipjes op de witte voorvleugels. Waardplanten zijn oa. zuring en brandnetel, doch ook Vlier.

Zwartkopvuurkever - Pyrochroa coccinea
Zwartkopvuurkever – Pyrochroa coccinea
Roodkopvuurkever - Pyrochroa serraticornis
Roodkopvuurkever – Pyrochroa serraticornis
Zwartkopvuurkever larve - Pyrochroa coccinea
Zwartkopvuurkever larve – Pyrochroa coccinea

Zwartkopvuurkever (Pyrochroa coccinea) & Roodkopvuurkever (Pyrochroa serraticornis) hebben een knalrood borststuk en achterlijf, de rest van het lichaam is zwart. Kenmerkend zijn ook de 2 tasters, bij het vrouwtje sterk getand, bij het mannetje gekamd. Het zijn 2 sterk gelijkende soorten. Zoals de namen het zeggen, heeft de Zwartkopvuurkever een zwarte kop en de Roodkopvuurkever een rode kop. Ook is de Roodkopvuurkever kleiner dan de Zwartkopvuurkever. De Zwartkopvuurkever is meestal te vinden in echte grote bossen. De Roodkopvuurkever verkiest meer de  bosranden. Habitats zijn niet onlogisch want de larven leven 2 tot 3 jaar in rottend hout, onder de bast van dode bomen. Ze eten echter geen hout, maar de houtetende larven van andere insecten (zoals boktorren). De larve is behoorlijk groot (3cm), afgeplat en gewapend met 2 doorns op het laatste, verbrede achterlijfssegment. De volwassen kever leeft van mei tot begin juni en de larve overwintert. De volwassen kevers eten voornamelijk stuifmeel en andere plantendelen. Ik vond de kevers naast elkaar aan de rand van wat bomen, de larve in mijn tuin inderdaad onder de schors van wat dood hout.

Kleine wespenboktor - Clytus arietis
Kleine wespenboktor – Clytus arietis

De Kleine wespenboktor (Clytus arietis) is bij ons een vrij algemene soort. De volwassen kevers leven maar enkele weken (mei tot juli). Vrij klein (9-18mm), zwart met gele strepen, roodachtige poten, en voor een boktor korte antennes. Ze zien er op ’t eerste zicht uit als een wesp (mimicry), wat hen bescherming oplevert. Voedsel is voornamelijk stuifmeel. Een vrouwtje eet zo af en toe een ander insect omdat de eitjes extra voedingsstoffen nodig hebben.

Fraaie schijnbok - Oedemera nobilis
Fraaie schijnbok – Oedemera nobilis

De Fraaie schijnboktor (Oedemera nobilis) is een veel voorkomende bezoeker van diverse bloemsoorten, vanwege het stuifmeel en de nectar. Meestal zijn ze metaalachtig heldergroen, maar de kleur kan variëren van blauw tot violet. Doordat de dekschilden sterk versmald zijn aan de achterzijde, zijn de achtervleugels gedeeltelijk zichtbaar. De achterpoten van het mannetje hebben sterk opgezwollen dijen (typisch kenmerk bij de meeste Oedemera-soorten). Te verwarren met Oedemera flavipes. Deze is echter donkerder gekleurd en het mannetje heeft lange witte haartjes op de kop, borstschild en achterste dijbenen.

Schaakbordlieveheersbeestje - Propylea quatuordecimpunctata
Schaakbordlieveheersbeestje – Propylea quatuordecimpunctata
Citroenlieveheersbeestje - Psyllobora vigintiduopunctata
Citroenlieveheersbeestje – Psyllobora vigintiduopunctata

Het Citroenlieveheersbeestje (Psyllobora vigintiduopunctata) is een klein lieveheersbeestje, herkenbaar aan de citroengele kleur en de zwarte stippen. Er zijn nog enkele andere soorten met gele dekschilden,  doch die hebben een blekere kleur. Tevens te herkennen aan de 22 ronde zwarte stippen, en de positie ervan.  Zoals het Zestienstippelig lieveheersbeestje en het Meeldauwlieveheersbeestje leeft het niet van bladluizen maar van meeldauw. Lieveheersbeestjes zijn insecten (kevers) met een volledige metamorfose, ze doorlopen 4 fasen: ei, larve, pop en imago. De larve die uit het ei komt, lijkt totaal niet op de volwassen kever. De larven vervellen 4 keer. Vanaf het derde larvenstadium zijn de larven nog wel te determineren aan de hand van de kenmerken. Lieveheersbeestjes overwinteren als imago. In het voorjaar komen ze tevoorschijn, paren en leggen eitjes. Algemene info Lieveheersbeestje : https://waarneming.nl/species/156859/

Kaneelglasvleugelwants - Corizus hyoscyami
Kaneelglasvleugelwants – Corizus hyoscyami

De Kaneelglasvleugelwants (Corizus hyoscyami) is vrij algemeen en makkelijk herkenbaar aan de felrode tekening op het zwarte lijf. Kan echter verward worden met de alomtegenwoordige Vuurwants en Prachtridderwantsen.. Leeft in open en half open kruiden en grasvegetaties, ook in wegbermen. Ikzelf nam de foto in onze stadstuin. Overwintert als adult. Reigersbek (Erodium sp.) is een belangrijke waardplant. https://waarnemingen.be/species/9341/.

Gevlekt wilgenhaantje larve - Chrysomela vigintipunctata
Gevlekt wilgenhaantje larve – Chrysomela vigintipunctata

De meeste larven zie er niet echt sympathiek uit. Soms zijn ze echter wel mooi, zolang ze niet met teveel zijn dan.

Bladgal Tammekastanjegalwesp - Dryocosmus kuriphilus
Bladgal Tammekastanjegalwesp – Dryocosmus kuriphilus

Bijzonder is dat elk galvormend insect gebonden is aan één enkele waardplant. Weet men de naam van de plant, dan kan men relatief gemakkelijk de naam terugvinden van het desbetreffend insect. De Kastanjegalwesp is een klein vliesvleugelig insect (2,5 tot 3 mm) behorend tot de familie van de Cynipidae (galwespen). Ze komt alleen voor op Tamme kastanje (Castanea sativa en andere Castanea sp.). De harde gallen, ongeveer 5 tot 20 mm groot, vormen zich aan jonge twijgen, op de bladstelen en de hoofdnerf van de bladeren. De Kastanjegalwesp heeft slechts één generatie per jaar. De voortplanting verloopt parthenogenetisch, dus zonder bevruchting, want mannetjes komen niet voor. Oorspronkelijk uit China, nu de wereld veroverend. In 2015 voor het eerst gesignaliseerd in België. De Kastanjegalwesp is zeer schadelijk voor de Tamme kastanje (Castanea sativa). In reactie op de larven van de galwesp worden grote aantallen gallen op bladeren en twijgen gevormd, waardoor de groei en vruchtzetting (50 tot 70% opbrengstverliezen) sterk afnemen. In  België worden kastanjebomen niet geëxploiteerd voor hun kastanjeproductie, maar op termijn dreigen er wel gevolgen voor de natuurgebieden en het landschap. In Italië is de oogst van tamme kastanjes een belangrijke economische activiteit, zodat daar ook economische problemen rijzen.

Chemische bestrijding is zowat onmogelijk, waardoor nu proeven gedaan worden met biologische bestrijding (bepaalde sluipwespen). Nog nooit vroeger gezien, dan eerst gezien in de Vindehoutse bossen, en nu een beetje overal in de Meersen.

April 2020 : Es’ter iets te zien misschien?

In Coronatijden zijn onze wandelingen in de Gentbrugse Meersen  afgelast. Wel is het natuurlijk nog mogelijk om alleen of in “bubbles” het terrein te verkennen. Aangezien dit soms het enige mogelijke vertier was,  hebben we meer in de meersen rondgewandeld dan andere jaren, wat de nodige leuke waarnemingen heeft opgeleverd!

Het afgegraven stuk aan de E17 ligt er nog altijd  nat bij (zal later wel anders worden). Terug ideaal dus voor allerhande vogelwaarnemingen. Slobeend, Krakeend, Smient, Zomertaling, Kuifeend, Bergeend, Nijlgans, Brandganzen, Dodaars, Kievit, Grutto, Tureluur, Groenpootruiter, Scholekster, voor elkeen wat wils. Ook zangvogeltjes verblijden ons nog altijd met hun melodieus gezang.

 

Bergeend - Tadorna tadorna
Bergeend – Tadorna tadorna

De Bergeend is een middelgrote, gansachtige eend, die broedt in de Meersen. Tijdens de broedtijd heeft het adult mannetje een bloedrode snavel, met opvallende knobbel. Het vrouwtje is gemiddeld iets kleiner, met een kleinere snavelknobbel. Veel eendenvrouwtjes hebben een verenkleed met camouflagekleuren, waardoor ze weinig opvallen, wat een voordeel vormt tijdens het broeden. Het vrouwtje Bergeend is echter even bont gekleurd als de woerd. Ze zijn dan ook holenbroeders. Tijdens de balts gebeuren er ware gevechten en zitten de mannetjes achter elkaar aan. Eind mei kunnen we de jonge bergeendjes bewonderen.

Brandgans - Branta leucopsis
Brandgans – Branta leucopsis

Synchroon dansje van de Brandganzen

Groenpootruiter - Tringa nebularia
Groenpootruiter – Tringa nebularia

De Groenpootruiter (Tringa nebularia) is een middelgrote steltloper te herkennen aan de lange, groengrijze poten en de licht omhooggebogen snavel.

Tafeleend - Aythya ferina
Tafeleend – Aythya ferina
Tureluur - Tringa totanus
Tureluur – Tringa totanus
Grasmus - Sylvia communis
Grasmus – Sylvia communis

De Grasmus is een onopvallende vogel die behalve aan de typische snelle zang het makkelijkst te herkennen is aan de witte keel en lichte buik. In de Meersen is het mannetje vaak te zien in de top van een struik. Grasmussen overwinteren ten zuiden van de Sahara en moeten daarbij de woestijn overvliegen. Doordat de woestijn steeds uitbreidt, wordt de trek steeds moeilijker.

Roodborstje - Erithacus rubecula
Roodborstje – Erithacus rubecula

Sommige Roodborstjes trekken in het najaar weg naar het zuiden, andere blijven. De Roodborstjes die je ’s winters in de tuin ziet, zijn vaak noordelijke wintergasten uit Scandinavië. De Roodborst is een agressieve vogel. Ze levert felle gevechten (soms met dodelijke afloop) met soortgenoten.

https://www.natuurpunt.be/pagina/roodborst

Rode ibis - Eudocimus ruber
Rode ibis – Eudocimus ruber

Hoogtepunt qua vogels was wel een Rode ibis (Eudocimus ruber), duidelijk uitheems. Waarschijnlijk een van de ontsnapte vogels uit Planckendael (eind feb 2020). Deze soort leeft in de kustgebieden van noordelijk Zuid-Amerika, in moerasgebieden, lagunes, mangrovebossen en getijdenrivieren. Voedsel wordt gevonden in modder en ondiep water, wat onze Meersen wel te bieden hebben. Ik kon hem (haar?) van vrij dicht bewonderen. Een Rode ibis vliegt veel rond, en is vrij moeilijk te vangen. Hoe zou je zelf zijn! De foto is genomen op 28 april, dus hij vloog al een tijdje rond.

Planten

Qua planten zien we terug een aantal soorten verschijnen. Terug van weggeweest (althans voor mij) is Kruipend zenegroen (Ajuga reptans). Volop in bloei komen Pinksterbloem (Cardamine pratensis) en Look-zonder-Look (Alliaria petiolata). Beide zijn belangrijke waardplanten voor het Oranjetipje. Ook allerhande Ooievaarsbekken en de Reigersbek zijn van de partij.

Kruipend zenegroen - Ajuga reptans
Kruipend zenegroen – Ajuga reptans
Pinksterbloem - Cardamine pratensis
Pinksterbloem – Cardamine pratensis
Look-zonder-Look - Alliaria petiolata
Look-zonder-Look – Alliaria petiolata
Reigersbek - Erodium cicutarium
Reigersbek – Erodium cicutarium

Vlinders : Vlinders hebben altijd op sympathie kunnen rekenen. De Gehakkelde aurelia is dan ook wel prachtig.

Gehakkelde aurelia - Polygonia c-album
Gehakkelde aurelia – Polygonia c-album
Oranjetipje - Anthocharis cardamines
Oranjetipje – Anthocharis cardamines
Oranjetipje - Anthocharis cardamines
Oranjetipje – Anthocharis cardamines

Het Oranjetipje vliegt in 1 generatie van ongeveer begin april tot begin juni. (piek tussen 20 april en 10 mei). De wijfjes zetten de eitjes afzonderlijk af op vrij grote bloemen van vnl. Look-zonder-Look of Pinksterbloem. Om concurrentie te vermijden met andere rupsen legt het wijfje meestal 1 eitje per plant. Bij het afzetten van het eitje plaatst het wijfje tevens een geurspoor (feromoon) op de waardplant, waardoor andere wijfjes minder geneigd zijn om ook eitjes af te zetten op dezelfde plant. Mannetjes komen vroeger uit dan de wijfjes  en worden door hun opvallende oranje vlek vaker gezien dan het wijfje (zonder oranje vlek).

Kleine wintervlinder rups - Operophtera brumata
Kleine wintervlinder rups – Operophtera brumata

Begin winter verschijnen de volwassen Kleine wintervlinders (Operophtera brumata). De vleugelloze vrouwtjes paren met de gevleugelde mannetjes aan de voet van een eik waarna ze langs de stam omhoog lopen, waar ze hun eitjes leggen. De eitjes beginnen zich pas eind februari verder te ontwikkelen, waardoor aan het begin van de lente de rupsen verschijnen (soms hangend aan een draadje). De rupsen eten vnl. de hele jonge blaadjes van de eik. Belangrijk is dus dat de rupsen op het goede moment uit hun eitjes komen. Te vroeg uitkomen betekent weinig voedsel en dus sterfte. Bij te laat uitkomen bevatten de eikenblaadjes al grotere concentraties tannine, en is ook het voedsel veel minder geschikt. De eitjes hebben een “sensor” ontwikkeld om het juiste moment van uitkomen te bepalen. Deze sensor interpreteert signalen uit de omgeving. Wanneer de omgeving te snel verandert (klimaatsverandering), heeft de ’sensor’ niet genoeg tijd om zich aan te passen. Gevolg is een slechte timing en minder rupsen. Aangezien deze rupsen een welkom voedsel vormen voor de jonge Koolmezen, komen ook deze in de problemen.

Platbuik m - Libellula depressa
Platbuik m – Libellula depressa

De Platbuik (Libellula depressa) is een nogal forse libel met een zeer breed achterlijf. Zowel voorvleugels als achtervleugels bezitten aan de basis een donkere vlek. De aders in deze donkere vlekken zijn zeer opvallend geel. Zoals veelal heeft het mannetje een andere kleur dan het vrouwtje. Bij het mannetje is het achterlijf na het uitsluipen oranjegeel, met gele stukjes aan de rand. Later raakt het achterlijf blauw berijpt, waarbij eerst alleen de gele stukjes nog overblijven om later gans blauw te worden. Vrouwtjes vertonen dezelfde evolutie, echter van geel naar bruin. Vrouwtjes hebben ook een breder achterlijf dan het mannetje. Geslachtsrijpe mannetjes patrouilleren veelvuldig boven het water. Tussen de patrouillevluchten door gaan ze vaak op een vaste uitkijkplaats (dood takje) langs de oever zitten. Telkens keren ze terug naar de uitkijkplaats. Andere mannetjes worden fanatiek verjaagd, met de vrouwtjes wordt direct in de lucht gepaard.

Gewone pendelvlieg - Helophilus pendulus
Gewone pendelvlieg – Helophilus pendulus

De Gewone pendelvlieg is één van de meest voorkomende zweefvliegen. Vooral bij water en moerassen. Het is een middelgrote tot grote opvallende zweefvlieg met een borststukrug met geelwitte lengtestrepen. Bij de Gewone pendelvlieg raken de witte banden op het 3e achterlijfsegment elkaar niet, bij de Citroenpendelvlieg wel. Bij dit genus geldt het wel of niet raken van de ogen niet om het geslacht te bepalen, maar aan de achterlijfpunt kan men zien dat het een mannetje is. Larven zijn rattenstaartlarven. Ze leven in het water, vaak in rottende planten. Zijn niet kieskeurig. (vb. dakgoten)

Maartse vlieg - Bibio marci
Maartse vlieg – Bibio marci

De Maartse vlieg behoort tot de Rouwvliegen, maar zijn eigenlijk muggen. De familie kent meerdere soorten maar de bekendste zijn wel de Maartse vlieg (Bibio marci), Bibio hortulanus en de Gewone rouwvlieg (Dilophus febrilis), die algemeen voorkomen begin lente. De naam “Maartse vlieg” heeft niets te maken met de maand maart, maar is afkomstig van de evangelist Marcus, die op 25 april zijn naamdag heeft. De mannetjes hebben enorm grote facetogen in vergelijking met vrouwtjes waardoor ze er anders uitzien. De mannetjes hebben geheel heldere vleugels. De vrouwtjes zijn iets groter en hebben donker gekleurde vleugels. Tevens opmerkelijk zijn de lange poten die onder de traag vliegende muggen bungelen. Opmerkelijk is dat deze muggen niet erg schuw zijn maar zelfs bij aanraking gewoon blijven zitten. Veelal komen ze voor in groepen, wat soms schrik inboezemt. Ze zijn echter ongevaarlijk.

Elzenhaantje - Agelastica alni
Elzenhaantje – Agelastica alni
Elzenhaantje - Agelastica alni
Elzenhaantje – Agelastica alni

Het Elzenhaantje (Agelastica alni) (6 tot 7 mm) is een blauwzwart glanzend kevertje. De kevertjes overwinteren op de bodem, onder bladeren en plantenresten. Vanaf april zijn ze massaal te zien vooral op de bladeren van de Els, waarin ze grote gaten vreten. Het komt ook voor op hazelaar, populier, en wilg. In juni zien we de talrijke zwarte larven (met 2 rijen behaarde wratten) op de bovenkant van de bladeren. Als we enkele blaadjes omdraaien vinden we de oranje eitjes. De larven verstoppen zich na 3 weken (vanaf juli), op de grond onder plantenresten. Na 8 tot 11 dagen verschijnt de nieuwe generatie kevertjes, die terug overwinteren.

Aardhommel - Bombus terrestris
Aardhommel – Bombus terrestris

De Aardhommel (Bombus terrestris) behoort tot de Bijenfamilie (Apidae). Hommels worden gekenmerkt door een stevige lichaamsbouw en een zeer dichte pelsachtige beharing. Hierdoor zijn ze in staat, (samen met de voordelen van de sociale levenswijze), zich te vestigen in relatief koude streken. De hommel kan zelf zijn lichaamstemperatuur verhogen, door het trillen van de borstspieren, zonder dat de vleugels meebewegen. Hij kan zo een lichaamstemperatuur van 30 °C tot 32 °C handhaven. De koningin vliegt al bij een buitentemperatuur van 2°C, de werksters bij 6°C. Voor andere bijen zijn dergelijke temperaturen veel te laag om zich buiten het nest te begeven. Zo zien we reeds vroeg de hommelkoningin (die op zich alleen de winter heeft doorsparteld) rondvliegen boven de grond. In tegenstelling tot de bij heeft de hommel ook stevige kaken; deze worden echter alleen gebruikt om bloemen stuk te knippen om bij de nectar te komen (Smeerwortel).

Besgal op zomereik Lensgalwesp - Neuroterus quercusbaccarum
Besgal op zomereik Lensgalwesp – Neuroterus quercusbaccarum
Bladgal op zomereik Lensgalwesp - Neuroterus quercusbaccarum
Bladgal op zomereik Lensgalwesp – Neuroterus quercusbaccarum
Lensgal op Zomereik Lensgalwesp - Neuroterus quercusbaccarum
Lensgal op Zomereik Lensgalwesp – Neuroterus quercusbaccarum

De Zomereik is een goede gastheer voor een groot aantal galvormende insecten. De Lensgalwesp (Neuroterus quercusbaccarum) is zo’n soort. Zoals bij vele galverwekkers is er een agame en een seksuele generatie. Beide veroorzaken elk een ander type gal. De seksuele generatie veroorzaakt in de lente de “besgalletjes”. Deze groeien vooral op de mannelijke bloeiwijze, doch zijn ook te vinden op jonge blaadjes. In deze galletjes kunnen zowel vrouwelijke als mannelijke galwespjes zitten. De agame generatie (met in de gallen enkel vrouwtjes die zich ongeslachtelijk kunnen voortplanten) veroorzaakt de zgn. “lensgallen”. Deze lensvormige gallen zijn te vinden vanaf juli, aan de onderkant van de eikenblaadjes. De gallen komen los van het blad, vooraleer het blad afvalt. De larven ontwikkelen zich in de op de grond gevallen gallen. Bijzonder is dat elke galvormend insect gebonden is aan één enkele waardplant. Weet men de naam van de plant, dan kan men relatief gemakkelijk de naam terugvinden van het desbetreffend insect.

Maart 2020 : Wat is er te zien?

In Coronatijden zijn onze wandelingen in de Gentbrugse Meersen  afgelast. Wel is het natuurlijk nog mogelijk om alleen of in “bubbles” het terrein te verkennen. Aangezien dit soms het enige mogelijke vertier was,  hebben we meer in de meersen rondgewandeld dan andere jaren, wat de nodige leuke waarnemingen heeft opgeleverd!

Padden & kikkers overzet.

Alpenwatersalamander - Ichthyosaura alpestris
Alpenwatersalamander – Ichthyosaura alpestris
Statistieken Van Swedenlaan Koningsdonkstraat heen Koningsdonkstraat terug
Gewone pad (Bufo bufo) 31 1574 789
Bruine kikker (Rana temporaria) 5 147 52
Alpenwatersalamander 2 8

Door de zachte temperaturen kwam de padden- en kikkertrek reeds vroeg op gang. Normaal werden er alleen schermen gezet langs de Van Swedenlaan, doch na alarmerende berichten (doodgereden diertjes) op het einde van Koningsdonkstraat, werd er ook daar een actie “Paddenoverzet” op poten gezet. Onder impuls van Jacqueline werden er vooral tijdens de periode van 7 maart tot 19 maart heel wat diertjes overgezet. Op 10 & 11 maart werden er bvb telkens meer dan 300 padden overgezet. Jacqueline kreeg bijna dagelijks hulp van vrijwilligers (opgeroepen via FACEBOOK). Dagelijks was er hulp, waaronder veel gezinnen met kinderen, voor wie het soms een eerste kennismaking met de natuur betrof. Een groot succes. Dus dank aan de vele vrijwilligers!

Meer info over HYLA, de Amfibieën- en reptielenwerkgroep van Natuurpunt, evenals over de Bruine kikker en de Gewone pad:

https://www.hylawerkgroep.be/paddenoverzet

https://www.hylawerkgroep.be/amfibieen/bruine_kikker

https://www.hylawerkgroep.be/amfibieen/gewone_pad

 

Naast Padden en Bruine kikkers zijn er ook Groene kikkers. Tot 40 jaar geleden werd de Groene kikker als één enkele soort beschouwd. Intussen maakte het wetenschappelijk onderzoek het er niet simpeler op: de groene kikkers die vandaag in vijvers kwaken heten Meerkikkers, Poelkikkers, Bastaardkikkers en dan is er nog een hele rist genetische variaties. Niets is wat het lijkt. (extract artikel website Natuurpunt)

https://www.natuurpunt.be/nieuws/de-groene-kikker-bestaat-niet-meer-20180426

Bruine kikker koppel - Rana temporaria
Bruine kikker koppel – Rana temporaria

De gewone pad kent (zoals de meeste kikkers en padden) een uitwendige bevruchting. Het mannetje klampt zich via speciale paarkussentjes met de voorpoten vast aan het vrouwtje. Tijdens de paddenoverzet valt op dat bij koppeltjes (of triootjes of zelfs kwartetjes) inderdaad de mannetjes wel heel stevig aan de vrouwtjes vastzitten.

 

Meerkikker - Pelophylax ridibundus
Meerkikker – Pelophylax ridibundus

Tijdens de paartijd kwaken de mannetjes om een vrouwtje te lokken. Het geluid wordt versterkt door hun  kwaakblazen. Bij sommige kikkers is dit een inwendige blaas, maar de Groene kikker heeft 2 uitwendige kwaakblazen aan de zijkant van de kop. Groene kikkers zijn pas na 3 jaar volgroeid en beginnen dan pas met kwaken.

Sterrenschot
Sterrenschot

Sterrenschot (heksensnot)

Tijdens de paddenoverzet vormen de dieren een voorspelbare prooi voor allerhande roofdieren, zoals reigers. Tijdens de winter zijn de eitjes reeds opgeslagen in het lichaam van het vrouwtje. Het zijn zwarte eitjes omgeven door zweleiwit. Het vormt een compacte massa, pas in het water zwellen ze op. Als een reiger een amfibie heeft verorberd, zwelt het eiwit op in de maag van de reiger. De omvang ervan zorgt dat de reiger het geheel uitbraakt (=sterrenschot)

https://www.diersporengids.nl/sterrenschot/

 

Naar aanleiding van de paddenoverzet ,  maakte Lasse, een van onze twee jonge Gentbrugse Meersen ambassadeurs, er ons met een filmpje van bewust dat de beestjes wel degelijk hulp nodig hebben. Bekijk Lasses filmpje op Youtube door hier te klikken.

Solitaire bijen

Wilde Bijen zijn niet, zoals sommige mensen denken, verwilderde honingbijen. Het is een verzamelnaam voor solitair levende bijen en hommels. De levenswijze verschilt grondig van die van de honingbij. Bij de solitaire bijen heeft elk vrouwtje een eigen nestholte waarin ze eitjes legt.

Solitaire bijen zijn slechts enkele maanden  per jaar actief.

  • In die periode gaat elk vrouwtje op zoek naar een geschikte nestplaats. Meestal een gangetje in de grond of bestaande holten in hout, stengels of tussen stenen. (Bijenhotels)
  • Daarna wordt stuifmeel verzameld dat achteraan in de nestholte wordt opgestapeld
  • Eenmaal voldoende stuifmeel verzameld, legt het vrouwtje er een eitje. Hiervoor wordt dan een wand gebouwd van modder en speeksel, zodat er een cel ontstaat. Daarna wordt alles herhaald tot de holte volgebouwd is met cellen.
  • In de voorste cellen worden onbevruchte eitjes gelegd, hieruit zullen in het volgend voorjaar eerst de mannetjes komen. Deze vliegen rond de nestplek tot de vrouwtjes uitkomen die dan meteen bevrucht worden. Speciaal aan deze levenswijze is dat de solitaire bijen dus nooit hun nageslacht zien, want de volwassen bijen sterven zodra voldoende nesten belegd zijn. Solitaire bijen zijn heel belangrijke bestuivers.
Gehoornde metselbij - Osmia cornuta
Gehoornde metselbij – Osmia cornuta

Half maart is de tijd van de rondzwervende Gehoornde metselbijen (Osmai cornuta), vooral veelvuldig rond bijenhotels. Soms is een tuin ook wel een plaats waar solitaire bijen kunnen opgemerkt worden, hier Rosse metselbij – Osmia bicornis

Rosse metselbij - Osmia bicornis
Rosse metselbij – Osmia bicornis
Grote zijdebij - Colletes cunicularius
Grote zijdebij – Colletes cunicularius

In het Arbedpark ligt er een punt (monument) dwars door het park, herinnerend aan de vroegere ‘puntfabriek’. Op de zuidhelling konden we eind maart een massa (enkele honderden) Grote zijdebijen (Colletes cunicularius) aantreffen. Een leuk schouwspel. In de massa ook nog enkele Grijze zandbijen (Andrena vaga).

Grijze zandbij - Andrena vaga
Grijze zandbij – Andrena vaga

Vogels

Het afgegraven stuk aan de E17, lag er heel nat bij (zal later wel anders worden). Ideaal dus voor allerhande vogelwaarnemingen. Slobeend, Krakeend, Smient, Zomertaling, Kuifeend, Bergeend, Nijlgans, een Roodhalsgans tussen de Brandganzen, Wintertaling, Dodaars, Kievit, Grutto, Tureluur, Groenpootruiter, Scholekster, voor elkeen wat wils.

Meersen - afgegraven stuk aan E17

Meersen – afgegraven stuk aan E17

Grutto - Limosa limosa
Grutto – Limosa limosa
Roodhalsgans - Branta ruficollis
Roodhalsgans – Branta ruficollis
Kuifeend m - Aythya fuligula
Kuifeend m – Aythya fuligula

Ook zangvogeltjes verblijdden ons met hun melodisch gezang. Vb. Vrouwtje Roodborsttapuit (Saxicola torquata) en Winterkoning (Troglodytes troglodytes).

 

Roodborsttapuit v - Saxicola torquata
Roodborsttapuit v – Saxicola torquata
Winterkoning - Troglodytes troglodytes
Winterkoning – Troglodytes troglodytes

Planten

Qua planten zien we de eerste bloemen verschijnen. Sommige zeer klein (Vroegeling, Kleine veldkers, Grote ereprijs), andere wat groter (Groot hoefblad, Klein hoefblad), nog andere echt een voorbode van de lente (Speenkruid, Bosanemoon).

 

Speenkruid - Ficaria verna bulbilifer
Speenkruid – Ficaria verna bulbilifer
Bosanemoon - Anemone nemorosa
Bosanemoon – Anemone nemorosa

Grote ereprijs - Veronica persica

Grote ereprijs – Veronica persica

Klein hoefblad - Tussilago farfara
Klein hoefblad – Tussilago farfara

Groot hoefblad - Petasites hybridus

Groot hoefblad – Petasites hybridusGroot hoefblad (Petasites hybridus) is een overblijvende, functioneel tweehuizige, wollige tot spinragbehaarde plant. Ze bloeit einde winter, begin lente. Op de meeste plaatsen komt ze voor in grote groepen die, een beetje eigenaardig, meestal in hun geheel mannelijk of vrouwelijk zijn. De bloemen verschijnen voor de bladeren (ook bij Klein hoefblad), doch het blad verschijnt al voor de bloei ten einde is. Vaak zijn in de omgeving van vrouwelijke planten inderdaad geen mannelijke aanwezig, zodat er geen bestuiving mogelijk is. De verspreiding gebeurt dan ook in onze streken vnl. door wortelstokfragmenten.

Vroegeling - Erophila verna
Vroegeling – Erophila verna

Vroegeling (Erophila verna) heeft zijn naam niet gestolen. De zaden kiemen in de herfst en vormen dan reeds een bladrozet. Waar de grond wat opgewarmd is door de zon, verschijnt reeds zeer vroeg in ’t jaar een tapijt van kleine plantjes met kleine witte bloempjes. De Kruisbloemenfamilie dankt zijn naam aan de 4 kelkbladen en 4 kroonbladen die elk een kruis vormen. De kroonbladen van Vroegeling zijn diep ingesneden (lijken wel 8 kroonblaadjes). Dit is een duidelijk verschil met onze andere kruisbloemigen. Alleen Grijskruid (Berteroa incana) vertoont hetzelfde kenmerk.

Vlinders

Dagpauwoog - Aglais io
Dagpauwoog – Aglais io

Dagpauwoog (zeer algemeen) overwintert als vlinder en komt zo in het voorjaar als een van de eerste weer tevoorschijn. Later kunnen we de rupsen enkel vinden op de waardplant, de Grote brandnetel.

Mannetjes en vrouwtjes gelijken sterk op elkaar. Met een simpele truk echter te determineren.

Wanneer er wat aarde gegooid wordt in de buurt van de vlinder, en de vlinder vliegt op is het een mannetje. Enkel het mannetje vliegt op om te kijken wie zijn territorium heeft betreden.

 

Citroenvlinder - Gonepteryx rhamni
Citroenvlinder – Gonepteryx rhamni

Eveneens in het prille voorjaar te spotten is de Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni). De mannetjes zijn felgeel en de vrouwtjes groenig wit. Vroeger weinig te zien in de meersen. Op de website van Natuurpunt vinden we dat in het voorjaar de Citroenvlinder zijn eitjes afzet op een uitlopende bloemknop of op de onderkant van de blaadjes van het Sporkehout (Rhamnus frangula) of Wegedoorn. In het kader van de Geboortebossen is er heel wat Sporkehout aangeplant, wat waarschijnlijk  de talrijker waarnemingen verklaart. Merk op dat de wetenschappelijke naam van de vlinder (rhamni) terug te vinden is in de naam van de waardplant (Rhamnus).

https://www.natuurpunt.be/pagina/dagpauwoog

https://www.natuurpunt.be/pagina/citroenvlinder

Opvallende waarneming in de Gentbrugse Meersen op 23/12/2017: Heilige ibis

Foto’s : Luc Van Damme

De Heilige ibis (Threskiornis aethiopicus) is een invasieve exoot, afkomstig uit Afrika en Irak. Deze dieren zijn populair als kooivogel. Regelmatig ontsnappen vogels uit gevangenschap waardoor ze een bedreiging vormen voor inheemse broedvogels zoals de Visdief.

De werkgroep Gentbrugse Meersen maakt van de gelegenheid gebruik u te danken voor uw steun het voorbije jaar, wenst u aangename eindejaarsfeesten en een voorspoedig 2018 !

Vogels voor de lens

Een wandeling in de Gentbrugse Meersen is altijd een belevenis. Luc Van Damme maakte afgelopen zaterdag een ommetje door de meersen en trof er een reeks schoonheden van diverse pluimage aan.

 

Bijzondere waarneming in de Gentbrugse Meersen: Steltkluut

Sinds woensdag 26/04/2017 pleisteren enkele steltkluten in de Gentbrugse Meersen. Deze zeldzame vogels zijn te bewonderen in de afgegraven natte weiland langs de E17 in het zuidelijk deel van de meersen.

De Steltkluut is een zeer sierlijke, zwart-witte vogel met enorm lange, rode poten en een zeer dunne, priemvormige, zwarte snavel. Enkel de mantel, schouders en de puntige vleugels zijn altijd donker. Sommige vogels hebben ook een zwart ‘petje’ op de kop en een zwarte achterhals. Bij andere vogels is dit geheel wit. Het mannetje is herkenbaar aan de groenglanzende zwarte bovendelen; het vrouwtje heeft een bruin getinte mantel die contrasteert met de zwarte vleugels.

In Vlaanderen staat de steltkluut als zeldzaam te boek, een vogel die zeer moeizaam tot broeden komt. De voorbije 100 jaar werden er maar een 20-tal broedgevallen vastgesteld.

Het creëren en in stand houden van geschikt leefgebied zoals open, schaars begroeide terreinen met ondiep water zijn belangrijk voor de soort. Voor het behoud moet de natuurlijke vegetatiesuccessie worden afgeremd (bv. door extensieve begrazing). Ook het instellen van een veilige, rustige nestomgeving komt de soort ten goede.

Gesnor in de meersen

Als een lopend vuurtje ging het rond: “er zit een Snor in de meersen! er zit een Snor in de meersen!”.

Een week geleden werd deze zeer schuwe rietvogel voor het eerst gehoord in de Gentbrugse Meersen. De Gentse vogelaarswereld stond meteen in rep en roer. Want ja, ook op Belgisch niveau is dit vogeltje een zeldzaamheid.

Opvallend kan je zijn verenkleed echter niet noemen. Een typisch “kbv-tje”: een klein bruine vogeltje. Hij lijkt wat op zijn neefje, de Sprinkhaanzanger, maar dan zonder de zwarte rugtekeningen. Nu ja, op basis van zijn uiterlijk zal je de Snor niet snel spotten. Hij is erg schuw en laat zich zelden zien.

Maar geen nood, in de vroege ochtend, de late avond en – vooral – ’s nachts laat hij van zich horen! En hoe!  Een eindeloos, insectachtig snorren: rrrrrrrrrrrrrrrr . Ook qua zang is hij dus te vergelijken met de zijn neefje, de Sprinkhaanzanger, die momenteel ook actief is in de Gentbrugse Meersen.  Het geluid van de Snor is echter luider, wat lager en zijn zangtijd is langer.

Wil je de Snor zelf gaan beluisteren? Geen probleem: je kan hem horen ter hoogte van de splitsing tussen Koningsdonkstraat en de Weverbosdreef. We vragen wel om niet van de kasseibaan af te wijken. Het broedseizoen draait momenteel nog op volle toeren en een zeldzaamheid als de Snor willen we uiteraard koesteren in de Gentbrugse Meersen.

Bovenstaande foto werd op 17 mei gemaakt in de Gentbrugse Meersen door Eric Van Colenberghe.

Leven in de meersen

Geen paniek! Ook deze spin heeft acht poten! De kraamwebspin heeft immers de gewoonte om haar twee paar voorpoten dicht bij elkaar te houden. Kijk maar eens goed.

Ze behoort tot de familie van de wolfspinnen: de wolven onder de spinnen die hun prooi achterna jagen met een snelle sprint. Een web komt er bij hen niet aan te pas! Lage bladeren en grassprietjes zijn hun jachtterrein.

En jagen doen ze met volle overgave: alles van enigszins hanteerbaar formaat wordt achterna gezeten. Een mannelijke kraamwebspin die een vrouwtje het hof wil maken, loopt het risico zelf verschalkt te worden. Hij neemt dan ook het zekere voor het onzekere en schuift haar bij benadering een bruidsgeschenk toe: een ingesponnen vliegje of wat anders lekkers, Op het moment dat het wijfje haar kaken vol heeft met zijn geschenk, is de kust veilig en kan hij zonder al te veel angst de paring aanvatten.

Als dat alles goed verlopen is – en, geloof me, er zijn al talloze kraamwebspinmannen ten onder gegaan aan hun vrouwen – loopt het vrouwtje na een tijdje rond met een bolvormig eipakket. Al gauw zal ze die eicocon echter ophangen in een tentachtig spinsel: een kraamkamer voor haar jongen. De pas uitgekomen jongen blijven tot aan hun tweede vervelling nog gezellig samen in de beschutting van de door hun moeder gesponnen tent. Kamperen in de Gentbrugse Meersen! Het gebeurt binnenkort weer, en dat alles onder (of liefst naast) uw voeten.

Eerste roodborsttapuit van 2015 in de Gentbrugse Meersen

Gisteren, 3 maart ’15, meldde Jan Van Eeckhout de eerste Roodborsttapuit van 2015 in de Gentbrugse Meersen.

Vorig jaar heeft deze vogelsoort voor het eerst gebroed in de Gentbrugse Meersen. Er werden verschillende zingende mannetjes gezien en ook vrouwtjes werden waargenomen rond de plaats van het nest, al was er nooit zekerheid dat de vogels effectief een nest (met eieren) hadden totdat er een jong exemplaar in de buurt van het nest werd gezien …

Of de roodborsttapuiten ook dit jaar zullen broeden valt nog af te wachten.  We houden jullie alleszins op de hoogte!

roodborsttap